Zichtbaar Nederlands

1 Het substantief

Pluralis

Vul de correcte pluralis in. Alle woorden in deze oefening hebben een pluralis op -en.
Voorbeeld: Één tas, twee tassen.

Één vraag, twee .
Één sok, twee .
Één school, twee .
Één plaats, twee .
Één bal, twee .
Één minuut, twee .
Één plan, twee .
Één groep, twee .
Één avond, twee .
Één brood, twee .