Volgende 1 Het substantief Oefenen Kaartjes en ander materiaal Deel 1.1 Deel 1.2 Deel 1.3 Deel 1.4 Deel 1.5 Luisteren Pluralis I Pluralis II Verba I Verba II Adjectieven I Adjectieven II Pluralis Vul de correcte pluralis in. Alle woorden in deze oefening hebben een pluralis op -en.Voorbeeld: Één tas, twee tassen. Één vraag, twee .Één sok, twee .Één school, twee .Één plaats, twee .Één bal, twee .Één minuut, twee .Één plan, twee .Één groep, twee .Één avond, twee .Één brood, twee . controleer oké