Zichtbaar Nederlands

1 Het substantief

Diminutief

(alleen de basisregel)

Vul de diminutief in van deze woorden. Het accent (de klemtoon) is onderstreept.

1 de baan – het
2 de film – het
3 de vraag – het
4 de trein – het
5 het boek – het
6 het verhaal – het
7 het verschil – het
8 de school – het
9 de reis – het
10 het kwartier – het
11 de tram – het
12 het probleem – het
13 de zus – het
14 het idee – het
15 het plan – het