Zichtbaar Nederlands

1 Het substantief

Hoe heet dit?

Vul in.
Voorbeeld: De kampioen van de hele wereld is een wereldkampioen.

1 De ochtend van vrijdag is .
2 Een instrument waar je muziek mee maakt is een .
3 De vakantie in de zomer is de .
4 Een kamer waar je slaapt is een .
5 Een kast voor boeken is een .
6 Een club waar ze voetbal spelen is een .
7 Een lamp die in jouw zak past is een .
8 Een reis die je maakt met school is een .
9 Een feest voor de familie is een .
10 Een school waar je in de avond les hebt is een .
11 Soep van tomaten is .
12 Tennis dat je speelt op een tafel is .
13 Stokjes om mee te eten zijn .
14 Een kussen voor onder jouw hoofd is een .
15 Een stoel waar je in kan liggen is een .
16 Een borstel voor jouw tanden is een .
17 Een huis dat je kan huren is een .
18 Een knopje voor het licht is een .
19 Een kleed voor op de vloer is een .
20 Een zakje waar thee in zit is een .