Volgende 1 Het substantief Oefenen Kaartjes en ander materiaal Deel 1.1 Deel 1.2 Deel 1.3 Deel 1.4 Deel 1.5 Hoe heet dit? Een streepje (-) of niet? Hoe heet dit? Vul in.Voorbeeld: De kampioen van de hele wereld is een wereldkampioen. 1 De ochtend van vrijdag is .2 Een instrument waar je muziek mee maakt is een .3 De vakantie in de zomer is de .4 Een kamer waar je slaapt is een .5 Een kast voor boeken is een .6 Een club waar ze voetbal spelen is een .7 Een lamp die in jouw zak past is een .8 Een reis die je maakt met school is een .9 Een feest voor de familie is een .10 Een school waar je in de avond les hebt is een .11 Soep van tomaten is .12 Tennis dat je speelt op een tafel is .13 Stokjes om mee te eten zijn .14 Een kussen voor onder jouw hoofd is een .15 Een stoel waar je in kan liggen is een .16 Een borstel voor jouw tanden is een .17 Een huis dat je kan huren is een .18 Een knopje voor het licht is een .19 Een kleed voor op de vloer is een .20 Een zakje waar thee in zit is een . controleer oké