Zichtbaar Nederlands

4 Het adverbium

4.3 Er

Start de animatie
Stap 1: haal de herhaling weg
Stap 2: prepositie + dieerprepositie.
Stap 3: zet er op de goede plek.
Opnieuw
  • Ze eet geen
  • tomatensoep,
  • want ze houdt
  • niet
  • van
  • tomatensoep
  • .
Start de animatie
Stap 1: haal de herhaling weg
Stap 2: prepositie + hemerprepositie.
Stap 3: zet er op de goede plek.
Opnieuw
  • Kun je
  • deze lamp
  • repareren? - Ik heb
  • al
  • naar
  • deze lamp
  • gekeken
  • .

Een zin met een persoon:

Start de animatie
Stap 1: haal de herhaling weg
Mensen krijgen geen er.
Opnieuw
  • Hij kent
  • Lucia.
  • Hij zit
  • bij
  • Lucia
  • in de klas
  • .

Speciale vormen: (kijk ook op pagina 100)

Start de animatie
Stap 1: haal de herhaling weg
Stap 2: prepositie + heterprepositie.
!!! Speciale vorm: er + metermee.
Stap 3: er staat hier al op de goede plek.
Opnieuw
  • Ik ken dit
  • apparaat.
  • Ik heb
  • met
  • dit apparaat
  • gewerkt
  • .
mee

Speciale vormen: beweging

Start de animatie
Stap 1: haal de herhaling weg
Stap 2: prepositie + heterprepositie.
!!! Beweging + naarnaartoe of heen.
Stap 3: zet er op de goede plek.
Opnieuw
  • Tom was in
  • Parijs,
  • en gaat
  • morgen weer
  • naar
  • Parijs
  • .
naartoe
Start de animatie
Stap 1: haal de herhaling weg
Stap 2: prepositie + heterprepositie.
!!! Beweging + overoverheen.
Stap 3: er staat hier al op de goede plek.
Opnieuw
  • Het hek
  • is hoog, maar de schapen zijn
  • over
  • het hek
  • gesprongen
  • .
overheen