4 Het adverbium
4.3 Er
▶ Start de animatie
Stap 1: haal de herhaling weg
Stap 2: prepositie + die → erprepositie.
Stap 3: zet er op de goede plek.↻ Opnieuw
- Ze eet geen
- tomatensoep,
- want ze houdt
- niet
- van
- tomatensoep
- .
▶ Start de animatie
Stap 1: haal de herhaling weg
Stap 2: prepositie + hem → erprepositie.
Stap 3: zet er op de goede plek.↻ Opnieuw
- Kun je
- deze lamp
- repareren? - Ik heb
- al
- naar
- deze lamp
- gekeken
- .
Een zin met een persoon:
▶ Start de animatie
Stap 1: haal de herhaling weg
Mensen krijgen geen er.↻ Opnieuw
- Hij kent
- Lucia.
- Hij zit
- bij
- Lucia
- in de klas
- .
Speciale vormen: (kijk ook op pagina 100)
▶ Start de animatie
Stap 1: haal de herhaling weg
Stap 2: prepositie + het → erprepositie.
!!! Speciale vorm: er + met → ermee.
Stap 3: er staat hier al op de goede plek.↻ Opnieuw
- Ik ken dit
- apparaat.
- Ik heb
- met
- dit apparaat
- gewerkt
- .
mee
Speciale vormen: beweging
▶ Start de animatie
Stap 1: haal de herhaling weg
Stap 2: prepositie + het → erprepositie.
!!! Beweging + naar → naartoe of heen.
Stap 3: zet er op de goede plek.↻ Opnieuw
- Tom was in
- Parijs,
- en gaat
- morgen weer
- naar
- Parijs
- .
naartoe
▶ Start de animatie
Stap 1: haal de herhaling weg
Stap 2: prepositie + het → erprepositie.
!!! Beweging + over → overheen.
Stap 3: er staat hier al op de goede plek.↻ Opnieuw
- Het hek
- is hoog, maar de schapen zijn
- over
- het hek
- gesprongen
- .
overheen