Zichtbaar Nederlands

6 Het verbum

Hier kun je het materiaal downloaden voor de oefeningen in het boek.

6.1 Het presens

6.2 Het imperfectum en perfectum: de vorm

6.4 Het perfectum: hebben of zijn?

6.6 Modaal verbum: kunnen, mogen, moeten, willen, hoeven en zullen

6.9 De toekomst

6.10 De conditionalis en zouden

6.14 Doen of maken?

6.15 Denken of vinden?

6.16 Het verbum van positie

6.17 Aan het, staat te, zitten te ...