7 De zinsbouw
Het passief
▶ Maak de zin passief
Dit is het actieve deel van de zin.
Dit is het passieve deel van de zin.
Het actieve deel komt vooraan.
Dit verbum staat in het presens.
Het actieve deel komt achteraan.
Het passieve deel komt achteraan.
▶ Maak de zin actief
- Een piranha
- bijt
- De jongen
- .
- wordt gebeten door
▶ Maak de zin passief
Dit is het actieve deel van de zin.
Dit is het passieve deel van de zin.
Het actieve deel komt vooraan.
Dit verbum staat in het presens.
Het actieve deel komt achteraan.
Het passieve deel komt achteraan.
▶ Maak de zin actief
- De fietsenmaker
- repareert
- Mijn fiets
- .
- wordt gerepareerd door
Een passieve zin zonder actief deel:
▶ Maak de zin passief
Dit is het actieve deel van de zin.
Er is nu geen actief deel van de zin.
Dit is het passieve deel van de zin.
Het actieve deel komt vooraan.
Dit verbum staat in het presens.
Het actieve deel komt achteraan.
Het passieve deel komt achteraan.
Het actieve deel mag je weglaten.
▶ Maak de zin actief
- De gemeente
- verplaatst
- Deze bushalte
- .
- wordt verplaatst
Een passieve zin in het imperfectum
▶ Maak de zin passief
Dit is het actieve deel van de zin.
Dit is het passieve deel van de zin.
Het actieve deel komt vooraan.
Dit verbum staat in het imperfectum.
Het actieve deel komt achteraan.
Het passieve deel komt achteraan.
▶ Maak de zin actief
- Mijn kleine neefje
- schilderde
- Dit schilderij
- .
- werd geschilderd door
Een passieve zin in het perfectum
▶ Maak de zin passief
Dit is het actieve deel van de zin.
Dit is het passieve deel van de zin.
Het actieve deel komt vooraan.
Dit verbum staat in het perfectum.
Het actieve deel komt achteraan.
Het passieve deel komt achteraan.
▶ Maak de zin actief
- Mijn collega
- heeft
- Mijn koffie
- opgedronken
- .
- is opgedronken door
▶ Maak de zin passief
Dit is het actieve deel van de zin.
Er is nu geen actief deel van de zin.
Dit is het passieve deel van de zin.
Het actieve deel komt vooraan.
Dit verbum staat in het perfectum.
Het actieve deel komt achteraan.
Het passieve deel komt achteraan.
Het actieve deel mag je weglaten.
▶ Maak de zin actief
- Iemand
- heeft
- Haar telefoon
- gestolen
- .
- is gestolen