Zichtbaar Nederlands

7 De zinsbouw

Waar moet de conjunctie staan?

Zet de conjunctie op de goede plaats.

1. (echter) .
2. (nadat) .
3. (immers) .
4. (doordat) .
5. (bovendien) .
6. (daarom) .
7. (maar) .
8. (daarna) .
9. (voordat) .
10. (vooral) .