Start.nl - deel 2

Hoofdstuk 4

Het adjectief

Oefening 1

Vul de goede vorm van het adjectief tussen haakjes in.
Klik op 'extra letter' of op '[?]' als je het antwoord niet weet. Let op: de knop '[?]' toont het goede antwoord.

Als je klaar bent met de oefening klik je op 'controleer' om je antwoorden te controleren.

1. Deze tafel heeft pootjes. (goud)

2. Ik heb in mijn woning een vloer. (steen)

3. Op mijn balkon staan twee stoelen. (riet)

4. In de winter heb ik een deken op mijn bed. (wol)

5. In de tuin staat een tafel. (plastic)

6. Voor de ramen hangen gordijnen. (katoen)

7. Op het dakterras staat een tafeltje. (glas)

8. Hij heeft in zijn badkamer kranen. (zilver)