Start.nl - deel 2

Hoofdstuk 4

Het adjectief

Oefening 2

Vul de goede vorm van het adjectief tussen haakjes in.
Klik op ‘extra letter’ of op de knop met de asterisk (*) als je het antwoord niet weet. Let op: de knop met de asterisk geeft je een hint.

Als je klaar bent met de oefening klik je op 'controleer' om je antwoorden te controleren.

1. We woonden in een huis. (groot)

2. Het huis stond aan een straat. (druk)

3. We hadden ramen. (breed)

4. Het huis had een muur. (steen)

5. Achter het huis was een tuin. (diep)

6. We hadden een woonkamer. (licht)

7. In de keuken waren kastjes met deuren. (glas)

8. In de keuken stond een tafel. (hout)