Hoofdstuk 4
Het imperfectum
In hoofdstuk 8 van Start.nl - deel 1 en in hoofdstuk 2 van Start.nl - deel 2 hebben we behandeld:
| Regelmatige werkwoorden |
|---|
|
Ik heb heerlijk gewandeld. perfectum: participium: softketchup + x → +t wandelen werken antwoorden → geantwoord (maar één ‘d’) |
| Zonder ge- |
|---|
Het participium begint niet met ge- als het werkwoord begint met:
ont- (ontmoeten → Ik heb … ontmoet.) er- (erkennen → We hebben … erkend.) her- (herhalen → Hij heeft … herhaald.) ver- (verhuizen → Ze zijn … verhuisd.) be- (beloven → Jij hebt … beloofd.) ge- (geloven → Jullie hebben … geloofd.) |
In de dialoog heb je net gezien:
- Ik woonde daar toen ik klein was.
- Toen ik acht was, verhuisden we naar de stad.
- We hadden een grote woonkamer.
| Enkelvoud | Meervoud |
|---|---|
| werken ik werkte jij/u werkte hij/zij werkte haten ik haatte jij/u haatte hij/zij haatte afwassen ik waste af jij/u waste af hij/zij waste af luisteren ik luisterde jij/u luisterde hij/zij luisterde antwoorden ik antwoordde jij/u antwoordde hij/zij antwoordde opbellen ik belde op jij/u belde op hij/zij belde op onregelmatig: hebben – had zijn – was vinden – vond | werken wij werkten jullie werkten zij werkten haten wij haatten jullie haatten zij haatten afwassen wij wasten af jullie wasten af zij wasten af luisteren wij luisterden jullie luisterden zij luisterden antwoorden wij antwoordden jullie antwoordden zij antwoordden opbellen wij belden op jullie belden op zij belden op onregelmatig: hebben – hadden zijn – waren vinden – vonden |
- Wanneer krijgt het imperfectum -te(n) en wanneer -de(n)?
- Waarom krijgt het werkwoord ‘verhuizen’ -de(n) (verhuisde(n))?