Volgende Vorige Hoofdstuk 4 Voorbereiding Consolidering Toets Dialoog Grammatica Woordenschat Het adjectief Het imperfectum Theorie Oefening 1 Oefening 2 Oefening 3 Het imperfectum Oefening 1 Wat is het imperfectum van …? laat alle vragen onder elkaar zien vorige vraag volgende vraag wandelen ? wandelte(n) ? wandelde(n) kennen ? kente(n) ? kende(n) zetten ? zette(n) ? zetde(n) studeren ? studeerte(n) ? studeerde(n) reizen ? reiste(n) ? reisde(n) fietsen ? fietste(n) ? fietsde(n) maken ? maakte(n) ? maakde(n) leven ? leefte(n) ? leefde(n) oké