-
Welke zin is correct?
-
Hij staat de borden te afwassen.
-
Hij staat de borden af te wassen.
-
Welke zin is correct?
-
Ze loopt boodschappen te doen.
-
Ze loopt te boodschappen doen.
-
Welke zin is correct?
-
We staan te kloppen de eieren.
-
We staan de eieren te kloppen.
-
Welke zin is correct?
-
Zij ligt een biertje te drinken.
-
Zij drinkt een biertje te liggen.
-
Welke zin is correct?
-
We staan te pannenkoeken bakken.
-
We staan pannenkoeken te bakken.
-
Welke zin is correct?
-
Hij zit mocktails te inschenken.
-
Hij zit mocktails in te schenken.