Start.nl - deel 2

Hoofdstuk 3

Grammatica

Oefening 1

Vul de juiste vorm van zullen in.
Klik op ‘extra letter’ of op ‘[?]’ als je het antwoord niet weet. Let op: de knop ‘[?]’ toont het goede antwoord.

Als je klaar bent met de oefening klik je op 'controleer' om je antwoorden te controleren.

1. Hij de boodschappen doen.

2. We morgenavond pizza maken.

3. Jij het beslag voor de pannenkoeken maken.

4. Mijn moeder het eten op tafel zetten.

5. De buren voor het feest saté maken.