Start.nl - deel 2

Hoofdstuk 3

Liggen, zitten, staan, lopen + te + infinitief

 
In hoofdstuk 7 van Start.nl - deel 1 hebben we behandeld:
  

liggen – Het boek ligt op de trap.

zitten – Het boek zit in de tas.

staan – Het boek staat in de boekenkast.

hangen – De tas hangt aan de kapstok.

 

In de dialoog heb je net gezien:

  • Wat zit jij te doen?
  • Ik zit kookboeken te bekijken.
  • Als jij staat te koken, kan ik de tafel dekken.
     
positiewerkwoordenvoorbeeld

liggen + te + infinitief

Hij ligt lekker te slapen.

zitten + te + infinitief

Ze zitten televisie te kijken.

staan + te + infinitief

Ik sta soep te koken.

lopen + te + infinitief

We lopen gezellig te praten.

hangen + te + infinitief

De was hangt buiten te drogen.

Let op: zet geen andere woorden tussen te en de infinitief.

Zij staat in de keuken af te wassen.

Ik loop de hond uit te laten.


Let op: bij separabele verba komt het prefix voor te.

   

  • Welk werkwoord staat wel in het tweede schema, maar niet in het eerste schema uit deel 1?