Beter Nederlands spreken

Hoofdstukken

Luister- en uitspraakoefening [a]

  1. Luister naar de zin. Herhaal de woorden met de [a].
  2. Luister nog een keer.
  3. Zeg de hele zin na en let op de uitspraak van de [a].

Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.

  

Dag dokter. – dag

Ik kan me niet ontspannen. – kan, ontspannen

De hond blaft ’s nachts. – blaft ’s nachts

Hebt u ook een andere maat? – andere

Ik lig dan wakker. – dan wakker

Hij leest de krant. – krant

Ik ben bang. – bang

Zij werkt overdag. – overdag