Beter Nederlands spreken

Hoofdstukken

Vraag en antwoord [aa]

Geef antwoord met het gegeven woord. Let op de uitspraak van de [aa].


Voorbeeld:

> Ja, … (vraag)

Antwoord:
Heb je een vraag? > Ja, ik heb een vraag.


Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.

  

> Ja, … (vandaag)




> Ja, … (maat)




> Ja, … (slaap)




> Ja, … (Maarten, daar)




> Ja, … (maak, taart)




> Ja, … (afspraak)