Beter Nederlands spreken

Hoofdstukken

Luister- en uitspraakoefening [au]

  1. Luister naar de zin. Herhaal de woorden met de [au].
  2. Luister nog een keer.
  3. Zeg de hele zin na en let op de uitspraak van de [au].

Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.

  

Mijn jurk is blauw. – blauw

De soep is te zout. – zout

Dat is zijn vrouw. – vrouw

De hond is al oud. – oud

Ik heb het koud. – koud

Kom je gauw terug? – gauw

De bioscoop zit in dat grote gebouw. – gebouw

Ik ben zestien jaar getrouwd. – getrouwd