Hoofdstukken
- [ui] van huis
- [au] van blauw touw
- [ei] van klein ijsje
- [oe] van boek / [uu] van muur
- [eu] van sleutel
Luister- en uitspraakoefening [au]
- Luister naar de zin. Herhaal de woorden met de [au].
- Luister nog een keer.
- Zeg de hele zin na en let op de uitspraak van de [au].
Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.
Mijn jurk is blauw. – blauw
De soep is te zout. – zout
Dat is zijn vrouw. – vrouw
De hond is al oud. – oud
Ik heb het koud. – koud
Kom je gauw terug? – gauw
De bioscoop zit in dat grote gebouw. – gebouw
Ik ben zestien jaar getrouwd. – getrouwd