Hoofdstukken
- [ui] van huis
- [au] van blauw touw
- [ei] van klein ijsje
- [oe] van boek / [uu] van muur
- [eu] van sleutel
Vraag en antwoord [au]
Geef antwoord met het gegeven woord. Let op de uitspraak van de [au].
Voorbeeld:
> Ja, … (oud)
Antwoord:
Is de hond oud? > Ja, de hond is oud.
Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.
> Ja, … (saus)
> Ja, … (blauw)
> Ja, … (koud)
> Ja, … (rauw)
> Ja, … (zout)
> Ja, … (buurvrouw)