Beter Nederlands spreken

Hoofdstukken

Vraag en antwoord [au]

Geef antwoord met het gegeven woord. Let op de uitspraak van de [au].


Voorbeeld:

> Ja, … (oud)

Antwoord:
Is de hond oud? > Ja, de hond is oud.


Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.

  

> Ja, … (saus)




> Ja, … (blauw)




> Ja, … (koud)




> Ja, … (rauw)




> Ja, … (zout)




> Ja, … (buurvrouw)