Beter Nederlands spreken

[aa] van naam / [a] van jas

Uitspraakoefening [a] – [aa]

Zeg de woorden na en laat het verschil duidelijk horen: [a] slap, [aa] wijd.

Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.

  

gat – gaat

lag – laag

dar – daar

gaf – gaaf

vak – vaak

gat – gaat

ban – baan

dar – daar

mak – maak

nar – naar