Beter Nederlands spreken

[eu] van sleutel

Luister- en uitspraakoefening [eu]

  1. Luister naar de zin. Herhaal de woorden met de [eu].
  2. Luister nog een keer.
  3. Zeg de hele zin na en let op de uitspraak van de [eu].

Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.

  

Ik vind koken leuk. – leuk

Er zit iets op je neus. – neus

De glazen staan in de keuken. – keuken

Is dat jouw sleutel? – sleutel

Hij heeft geen keus. – keus

Er zit een deuk in mijn auto. – deuk