[eu] van sleutel
Luister- en uitspraakoefening [eu]
- Luister naar de zin. Herhaal de woorden met de [eu].
- Luister nog een keer.
- Zeg de hele zin na en let op de uitspraak van de [eu].
Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.
Ik vind koken leuk. – leuk
Er zit iets op je neus. – neus
De glazen staan in de keuken. – keuken
Is dat jouw sleutel? – sleutel
Hij heeft geen keus. – keus
Er zit een deuk in mijn auto. – deuk