Beter Nederlands spreken

[eu] van sleutel

Vraag en antwoord [eu]

Geef antwoord met het gegeven woord. Let op de uitspraak van de [eu].


Voorbeeld:

> Ja, … (deuk)

Antwoord:
Is dat een deuk? > Ja, dat is een deuk.


Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.

  

> Ja, … (leuk)




> Ja, … (keuken)




> Ja, … (sleutel)




> Ja, … (neus)




> Ja, … (keus)




> Ja, … (heup)