[h] van hand
Uitspraakoefening [h] – [–]
Zeg de woorden na. Laat het verschil duidelijk horen. [h] als een zucht.
Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.
aas – haas
al – hal
uur – huur
at – had
open – hopen
op – hop
eet – heet
Ier – hier
aar – haar
eb – heb