Beter Nederlands spreken

[h] van hand

Uitspraakoefening [h] – [–]

Zeg de woorden na. Laat het verschil duidelijk horen. [h] als een zucht.

Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.

  

aas – haas

al – hal

uur – huur

at – had

open – hopen

op – hop

eet – heet

Ier – hier

aar – haar

eb – heb