[h] van hand
Vraag en antwoord [h]
Geef antwoord met het gegeven woord. Let op de uitspraak van de [h].
Voorbeeld:
> Ja, … (hier)
Antwoord:
Woon je hier? > Ja, ik woon hier.
Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.
> Ja, … (half 5)
> Ja, … (haar)
> Ja, … (hoor de hond)
> Ja, … (huiswerk)
> Ja, … (helpen)
> Ja, … (heb)