[oo] van doos / [o] van mond
- Uitleg [oo] van doos / [o] van mond
- Dialoog
- Luisteroefening [oo] – [o]
- Uitspraakoefening [oo]
- Uitspraakoefening [o]
- Uitspraakoefening [o] – [oo]
- Luister- en uitspraakoefening [oo]
- Luister- en uitspraakoefening [o]
- Luister- en uitspraakoefening [oo] – [o]
- Vraag en antwoord [oo]
- Vraag en antwoord [o]
- Uitspraakoefening [oo] met [r] of [l] – woorden
- Uitspraakoefening [oo] met [r] of [l] – zinnen
Luisteroefening [oo] – [o]
Klinken de woorden hetzelfde?
-
Voorbeeld 1:
ja (je hoort: zon – zon) -
Voorbeeld 2:
nee (je hoort: rood – rot)