[oo] van doos / [o] van mond
- Uitleg [oo] van doos / [o] van mond
- Dialoog
- Luisteroefening [oo] – [o]
- Uitspraakoefening [oo]
- Uitspraakoefening [o]
- Uitspraakoefening [o] – [oo]
- Luister- en uitspraakoefening [oo]
- Luister- en uitspraakoefening [o]
- Luister- en uitspraakoefening [oo] – [o]
- Vraag en antwoord [oo]
- Vraag en antwoord [o]
- Uitspraakoefening [oo] met [r] of [l] – woorden
- Uitspraakoefening [oo] met [r] of [l] – zinnen
Vraag en antwoord [o]
Geef antwoord met het gegeven woord. Let op de uitspraak van de [o].
Voorbeeld:
> Ja, … (dochter)
Antwoord:
Heb je een dochter? > Ja, ik heb een dochter.
Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.
> Ja, … (dokter)
> Ja, … (sokken)
> Ja, … (soms)
> Ja, … (sport)
> Ja, … (kort)
> Ja, … (trots)