Volgende Vorige Zelftoetsen Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 Hoofdstuk 6 Hoofdstuk 7 Hoofdstuk 8 Hoofdstuk 9 Hoofdstuk 10 Hoofdstuk 11 Hoofdstuk 12 Opdracht 1 Opdracht 2 Opdracht 3 Opdracht 4 Opdracht 5 Opdracht 6 Vul in: de juiste vorm en tijd van moeten of zullen. 1 Ik een baan zoeken; ik heb mijn studie afgerond.2 Het niet makkelijk zijn om werk te vinden.3 Er veel mensen zijn die ook als architect willen werken.4 Ik een goed portfolio hebben voor een goede eerste indruk.5 En misschien mijn partner en ik wel verhuizen. 6 Want in een grote stad meer werk zijn dan in het dorp waar we nu wonen.7 Daar mijn ouders niet blij mee zijn. 8 Zij zijn al oud en worden verzorgd. 9 De buurman dan de boodschappen moeten doen.10 Maar eerst ik nog een vacature vinden. controleer oké