-
Hoe heten de drie wetten die vanaf 1 januari 2015 in werking zijn getreden?
-
Wet maatschappelijke opvoeding, Jeugdzorg, Participatiewet
-
Wet maatschappelijke ondersteuning, Jeugdwet, Participatiewet
-
Wet maatschappelijk ondernemen, Jeugdhulp, Passend onderwijs
-
Wet maatschappelijk meedoen, Jeugdtoezicht, Wet werken naar vermogen
-
Wie zijn betrokken bij de Jeugdwet?
-
Ouders, jeugdigen en sociaal werkers
-
Scholen, CJG, gemeente en politie
-
Sportverenigingen, vrijwilligersorganisaties en huisartsen
-
Antwoord a, b en c zijn juist
-
De sociaal werker zal als gevolg van de nieuwe werkwijze in zijn benadering:
-
Coachend zijn en samen op zoek gaan naar krachten in het sociaal netwerk
-
Meer dan voorheen benadrukken dat ouders met name zelf oplossingen moeten zoeken
-
Voornamelijk bezig zijn met doorverwijzen naar de juiste instanties
-
Als expert optreden en ouders adviseren over de juiste oplossing
-
Waarvan moet de sociaal werker zich tijdens de ouderbegeleiding bewust zijn?
-
Van de geschiedenis van de Nederlandse wetgeving op het gebied van kinderrechten
-
Van de verschillende opvoedingsadviezen die pedagogen de afgelopen eeuw hebben gegeven
-
Van het belang te kunnen relativeren en de eigen waarden en normen niet als uitgangspunt nemen
-
Van het feit dat overheidsbeleid altijd weer verandert
-
Zorgvuldig omgaan met ouderschap is belangrijk omdat:
-
ouders vaak niet weten wat de gevolgen van hun opvoeding zijn
-
ouders liever niet willen dat anderen zich met hun opvoeding bemoeien
-
ouders een gevoel van solidariteit en erkenning voor hun situatie nodig hebben
-
ouders zich niet bewust zijn van hun verantwoordelijkheid en de sociaal werker hierin een taak heeft