Trees Pels geeft in hoofdstuk 15 aan dat de tweede generatie Marokkaanse moeders in Nederland soms andere keuzes maakt in de opvoeding van hun kinderen dan de eerste generatie. Welk voorbeeld is juist?
Marokkaanse moeders van de tweede generatie sturen hun kinderen niet naar lessen in de moskee.
Marokkaanse moeders van de tweede generatie willen hun kinderen net zo individualistisch opvoeden als Nederlandse ouders.
Marokkaanse moeders van de tweede generatie hebben een meer autoritatieve opvoedingsstijl dan Marokkaanse moeders van de eerste generatie.
A, b en c zijn juist.
Trees Pels bespreekt in hoofdstuk 15 de spanning van het opvoeden in de multi-etnische stad. Die spanning is nog groter bij migrantenouders. Wat zou een maatschappelijk werker als eerste moeten doen om die spanning te verminderen?
Migrantenouders helpen bij het vergroten van hun pedagogische netwerken.
Migrantenouders meer naar ouderavonden op school laten komen.
Marokkaans-Nederlandse jongeren helpen zich zo veel mogelijk los te maken van hun ouders en hun cultuur.
Zich niet op de migrantenouders richten, maar alleen op de Nederlandse ouders
Welke uitspraak over multicultureel opvoeden klopt niet?
Het heeft alleen nadelen als migrantenouders hun kinderen een polariserende opvoeding geven.
Ook in deze tijd is de moskee nog steeds een belangrijke opvoeder voor migrantenkinderen.
Jonge migrantenmoeders willen hun kinderen ook opvoeden met Nederlandse normen en waarden.
Nederlandse ouders hebben net zoveel begrip nodig voor hun problemen bij het opvoeden in een multiculturele wijk als migrantenouders.
Waarom zijn opgroeien en opvoeden in de multi-etnische samenleving een uitdaging, zeker voor ouders van niet-westerse afkomst?
Zij hebben zich doorgaans van het platteland naar de stad verplaatst.
Zij zich doorgaans van een laagontwikkelde naar een hoogontwikkelde economie verplaatst.
Zij hebben van de ene naar de andere cultuur verplaatst.
A, b en c zijn juist.
Met welke vraag worstelen veel Marokkaanse ouders?
Hoe zou ik het willen doen, zodat ik later geen verwijten van de kinderen krijg?
Hoe moet ik dat aanpakken?
Hoe moet je met kinderen omgaan, met buren, met scholen?
A, b en c zijn juist
Zoals Pels, Distelbrink en Postma (2009) laten zien, bleef in de decennia na de komst van de eerste migrantengezinnen conformiteit opvoedingsdoel nummer 1. Wat betekent het begrip conformiteit?
autonomie
assertiviteit
aanpassing van het kind aan de eisen en wensen van ouders en het familiecollectief
a, b en c zijn onjuist
Migranten van de tweede en derde generatie en hoger geschoolden migranten gingen zich actiever bemoeien met de opvoeding. Waaruit bestond deze uit?
Ouders gingen minder reflecteren op hun rol.
Meer persoonlijke aandacht en gelijkheid in de omgang tussen oud en jong deden hun intrede in gezinnen.
Er ontstond een hogere mate van structuur, maar het toezicht buitenshuis nam af.
A, b en c zijn juist.
De diversiteit binnen migrantengroepen is tegenwoordig veel groter dan in de eerste migratiejaren. Waaraan is dit te merken?
Moeders zijn vaak minder veranderingsgezind dan vaders en dochters minder dan zonen.
De rolpatronen verschuiven. Moeders nemen meer traditionele vadertaken (zoals controle en formele contacten buitenshuis) op zich en vaders raken meer emotioneel betrokken bij de kinderen.
De rolpatronen zijn traditioneel: moeder zorgt voor de kinderen en vader richt zich op de contacten buitenshuis en houdt de controle.
A, b en c zijn juist.
Pels spreekt over het begrip 'assimilatie'. Wat is assimilatie?
veelzijdige aanpassing aan de omgeving
eenzijdige aanpassing aan de omgeving
een afbraakproces
a, b en c zijn onjuist
Jonge moslims van Turkse en Marokkaanse afkomst moeten eigenlijk drie kloven overbruggen, namelijk:
een kloof met de samenleving die minder gelovig is, een cultuurkloof met hun ouders en een generatiekloof
een kloof met samenleving die geloviger is, een cultuurkloof met klasgenoten en een generatiekloof
een kloof met de wisselende rolpatronen van hun ouders, een kloof met de samenleving die geloviger is en een generatiekloof