De politiek bemoeit zich steeds meer met opvoeding om problemen zoals kindermishandeling, jongerenoverlast en jeugdcriminaliteit terug te dringen. Hoe noemt Micha de Winter dit beleid in zijn hoofdstuk?
Voor welke ontwikkelingsaspecten zijn ouders zich de afgelopen jaren verantwoordelijk gaan voelen?
Wat bedoelt Micha de Winter met de ‘pedagogische civil society’?
Waardoor vielen volgens historicus Peter Stearns traditionele familieverbanden uit elkaar?
Wat is volgens de Micha de Winter de oorzaak van een overgeschematiseerd gezinsleven? En welke gevolgen heeft zo’n gezinsleven?
Vroeger hadden de kerk, de familie, de school en de buurt pedagogische invloed. Wat zijn de voor- en de nadelen van het verdwijnen van dit pedagogische middenveld?
Wat wordt bedoeld met het versterken van de civil society?
Wat is volgens Micha de Winter het belang van opvoeding voor westerse maatschappijen?
De Amerikaanse filosoof John Dewey sprak van ‘a democratic way of life’. Hoe zag hij deze manier van leven voor zich en wat is volgens hem de kern van een democratische manier van leven?
Het vormgeven van opvoeding vanuit een algemeen democratisch belang vereist niet minder dan een pedagogische cultuuromslag. Wat is er nodig op die te bereiken?
Welke vijf opvoedingsstrategieën die ouders kunnen toepassen om moraliteit bij hun kinderen te bevorderen noemen Berkowitz en Grych?
Hoe kan de relatie tussen ouderschap en democratie sterker voor het voetlicht komen?
Voorheen: voeding, hygiëne en gezondheid --> uitgestrekt tot emotioneel welbevinden en geluk
Burgers die bereid zijn om in de eigen sociale netwerken en in het publieke domein verantwoordelijkheden rond het opgroeien en opvoeden met elkaar te delen.
Door urbanisatie en industrialisatie. Kinderen werden steeds minder nodig voor arbeid en spendeerden veel tijd buiten het directe familieverband.
De sterke druk om een perfect kind te krijgen, die soms al begint tijdens de zwangerschap. Die druk leidt tot verwachtingen die niet altijd waargemaakt kunnen worden door de kinderen.
Enerzijds hebben ouders meer autonomie gekregen, hebben zij minder last van sociale controle en hoeven zij bij het opvoeden minder rekening te houden met impliciete en expliciete voorschriften van ideologische of religieuze aard. Anderzijds heeft de nieuwe opvoedingsautonomie geresulteerd in een toenemende afhankelijkheid van experts.
Meer samenwerking tussen ouders, betere verbindingen tussen ouders en scholen, gelijkwaardige relaties tussen ouders en opvoedingsdeskundigen en een op preventie gerichte overheid die zich aanzienlijk minder top-down gedraagt.
Het in stand houden en ontwikkelen van de democratie.
Erkennen van wederzijds belangen van individuen en groepen in de manier waarop mensen zich associëren, hun ervaringen op elkaar afstemmen en participeren in gezamenlijke praktijken. Zo’n manier van samenleven veronderstelt dat burgers bereid zijn conflicten op te lossen via dialoog en onderhandeling.
Nieuwe sociaal-pedagogische arrangementen, actieve participatie van jeugdigen en het delen van opvoedingsverantwoordelijkheid.
Inductie, zorgzaamheid en ondersteuning, eisen en grenzen stellen, sociaal-moreel gedrag voorleven en open democratische gezinsdiscussie en conflictoplossing.
Via voorlichting, ouderschapseducatie, media-aandacht en inburgeringscursussen.