Hoofdstuk 3
Het gezin Peters bestaat uit vader (40 jaar), moeder (35 jaar) en twee kinderen: Peter (3 jaar) en Jesse (1,5 jaar). Voor Peter hebben ouders nog een kindje gehad, dat is overleden. Vooral moeder heeft dat nog niet verwerkt. Ouders lijken niet alles te begrijpen. Zij hebben ieder goed contact met de eigen ouders, maar niet met de wederzijdse schoonouders. Er is geen sociaal netwerk. Vader was metselaar, maar is nu werkloos, moeder was al eerder gestopt met werken. Het gezin leeft in een klein appartement, er wordt veel gerookt en er zijn drie honden die soms ook het huis bevuilen. Er zijn al langer zorgen over de kinderen en Peters taalontwikkeling loopt achter. Ouders komen de afspraken bij het consultatiebureau meestal niet na en doen bij huisbezoek niet open. Als vader een keer wel verschijnt bij het consultatiebureau, ruikt hij sterk naar alcohol. Daarop volgt een melding bij het AMHK. Ouders komen ook daar niet op de afspraak. Als zorgen niet bevestigd worden in onderzoek, wordt dossier gesloten. Als de kinderarts zich enkele maanden later zorgen maakt (kind groeit onvoldoende) en melding doet bij het AMHK, werken ouders opnieuw niet mee. Wegens onvoldoende zorg om de kinderen, sluit het AMHK-dossier opnieuw. Via de huisarts wordt gezinsondersteuning aangeboden, maar ouders wijzen dit af: ze zijn tevreden met hoe het gaat.
Vragen bij de casus
- Deze casus speelde zich af in 2013. Zou een dergelijke situatie nu hetzelfde verloop kunnen hebben? Motiveer je antwoord.
- In de casus staat dat de ouders geen sociaal netwerk hebben. Deel je deze visie? Motiveer je antwoord.
- Noem de twee eerste acties die je gaat ondernemen als je casusregisseur van dit gezin wordt.
- Er gaan stemmen op om de kinderen uit dit gezin uit huis te plaatsen. Inventariseer de argumenten die voor uithuisplaatsing zouden kunnen pleiten en de argumenten die ertegen pleiten. Vraag een medestudent hoe hij deze vraag heeft beantwoord en bespreek de verschillen.
- Onderzoek in hoeverre een methodiek (bijvoorbeeld Signs of Safety) uithuisplaatsing kan voorkomen. Geef aan wat de kern van de gekozen methodiek is, hoe deze is onderbouwd en in hoeverre deze wetenschappelijk is onderzocht. Maak hierbij gebruik van de website van het Nederlands Jeugdinstituut.
- Beschrijf per kind het belang van het kind voor bepaalde zorg of hulp aan de hand van criteria die je uit de casusbeschrijving haalt.