Hoofdstuk 3
Wat is de transitie precies? Wat wordt er bedoeld met eigen kracht? Kunnen we dat wel verwachten van de burgers? Al deze vragen werden gesteld aan Goos Cardol, auteur van één van de hoofdstukken van het boek Meer dan opvoeden.
Goos Cardol werkt bij de Raad van de Kinderbescherming. Hier houdt hij zich bezig met de stelselherziening. Ook werkt Goos Cardol aan de Zuyd Hogeschool in Sittard als lector van ‘opvoeden in het publieke domein'.
Wat zijn de belangrijkste veranderingen waartoe de Jeugdwet heeft geleid?
‘Voor mij is er voor mijn werk niet veel veranderd, het is meer het stelsel dat is veranderd en gemeentes die nu verantwoordelijk zijn. De focus ligt op de integrale jeugdhulpverlening. Deze focus ligt op jeugdwetten, gezondheidszorg en onderwijs. Ik zie dit breder, er moet gekeken worden naar ook verslaving, huisvesting en werkgelegenheid.’
Het sociale netwerk, voor mij zijn dit magische woorden
‘Het sociale netwerk lijkt een wonderoplossing. Ik vind dat we het sociale netwerk genuanceerder moeten bekijken. Iedereen heeft een eigen sociaal netwerk, maar er zijn meerdere sociale netwerken binnen één gezin. Elk individu heeft een eigen netwerk, deze netwerken kunnen elkaar.’
Wat betekent dit voor gezinnen die weinig tot geen netwerken hebben?
‘Sommige gezinnen hebben ondersteuning nodig maar hebben geen netwerk om zich heen. Voor deze gezinnen zal het semiprofessionele netwerk ook helpen. Het eigen netwerk heeft soms minder gezag dan de professionele hulpverlening.
Wat betekent het voor hulpverleners om te werken met het sociale netwerk?
‘Door de hulpverleners moet een nauwkeurige analyse gemaakt worden van het netwerk. Doorvragen is erg belangrijk, ook de kleine netwerken uitvergroten. Zo kan het bijvoorbeeld zijn dat een moeder eens in de twee weken chat met haar zus in Canada, die van haar prima adviezen krijgt. De digitale netwerken moeten ook een sterkere betekenis krijgen. Met informatie uit deze netwerken zal de hulpverlening vallen of staan.’
Over welke vaardigheden moeten hulpverleners beschikken met de invoering van de Jeugdwet?
‘Hulpverleners moet een aantal nieuwe competenties ontwikkelen. Er moet bijvoorbeeld een netwerkanalyse geleerd worden. Daarnaast is het belangrijk dat de hulpverlener kijkt naar waar de cliënt staat, naar wat hij wel kan en naar wat hij niet kan. Ook is het van belang dat er kennis is over de organisatie waar hij/zij bij werkt.’
Wat betekent dit voor de organisaties?
‘Het is belangrijk dat de hulpverleners veel ruimte en steun krijgen van zijn organisatie en beleid om het veranderingsproces goed in gang te zetten. De wet beoogt een fundamentele attitude, ik vind dit persoonlijk boeiende processen. Wel vind ik dat we daar met zijn allen te makkelijk over denken. Het stelsel is niet binnen nu en twee weken omgedraaid, hier zal jaren over heen gaan.’
Is de Jeugdwet bedoeld voor kwetsbare ouders of alle ouders?
‘Jeugdhulp moet er zijn voor mensen die het echt nodig hebben. En dat is niet iedere ouder. Ik vind dit een mooi streven van de kinderbeschermingswetgeving: ingrijpen waar nodig en eigen kracht versterken.’
Zal de visie op ouders van Alice van der Pas passen binnen de nieuwe Jeugdwet?
‘Ik vind het sterk dat Alice van der Pas zegt dat ouders niet alleen ouders zijn, maar ook partners en opvoeders. Ook vind ik dat ze in haar schema duidelijk maakt dat het ouderschap kan veranderen en dat ouders benaderd worden als opvoeder. Ik vind het te betwijfelen of dit de juiste manier van werken is. Al ben ik wel van mening dat deze manier de hulpverlener helpt te kijken naar dynamisch ouderschap.’
Wat geeft u studenten mee?
‘Het werk wat je gaat doen, doe je met ouders en kinderen. Het is belangrijk zelf te blijven nadenken. Reflectie is belangrijk. Je doet het met je zelf en je eigen waarden en normen. Deze normen en waarden kleuren hoe je naar gezinnen kijkt. Als je zelf een kind bent van gescheiden ouders, dat je ook veel eerder de problemen ziet. Je moet jezelf als mens goed kennen. Je moet weten wie je bent, dat je weet wat je belangrijk vindt in het leven.