-
Als ik een groot huis zou hebben ...
-
zou ik een kamer verhuren.
-
had ik een eigen werkkamer.
-
kun je wel een paar weken bij mij wonen.
-
Als Richard meer zou verdienen ...
-
zal hij vaker op vakantie gaan.
-
zou hij een ander huis zoeken.
-
kocht hij een auto.
-
Als ik wat extra wilde verdienen ...
-
ging ik in een café werken.
-
zal ik werken.
-
zou ik een baantje zoeken.
-
Als Tim goed Nederlands zou spreken ...
-
zou hij gemakkelijker een baan vinden.
-
heeft hij meer contact met Nederlanders.
-
kon hij dit interview in het Nederlands geven.
-
Als Cindy een auto had,
-
heeft ze een parkeerprobleem.
-
zou ze niet met de bus komen.
-
bleef ze toch veel fietsen.
-
Als ze mij zouden vragen voor een wandelvakantie ...
-
ging ik mee.
-
zal ik twijfelen.
-
zou ik weigeren.
-
Als de trein wat goedkoper zou zijn ...
-
zullen meer mensen met de trein gaan.
-
zou ik vaker naar een andere stad gaan.
-
was het nog drukker in de trein.
-
Als het nu beter weer was, ...
-
zouden we naar het strand gaan.
-
ging ik lekker fietsen.
-
komen er meer toeristen in Nederland.
-
Als ik meer tijd had, ...
-
kan ik meer boeken lezen.
-
zou ik meer aan sport kunnen doen.
-
ging ik vaker naar het theater.
-
Als ik jou was, ...
-
zou ik een tent kopen.
-
zal ik gaan kamperen.
-
ging ik naar de kust.