-
Ik wil graag naar Madurodam.
-
Ik zou graag naar Madurodam willen gaan.
-
Zou ik naar Madurodam willen gaan?
-
Ik zou naar Madurodam kunnen gaan.
-
Ik wil volgend jaar een lange reis door Amerika maken.
-
Zou je volgend jaar een lange reis door Amerika maken?
-
Je zou volgend jaar een lange reis door Amerika maken.
-
Ik zou volgend jaar een lange reis door Amerika willen maken.
-
Veel toeristen willen graag naar de Waddeneilanden.
-
Ik zou graag naar de Waddeneilanden willen.
-
Veel toeristen zouden graag naar de Waddeneilanden willen.
-
Veel toeristen zouden naar de Waddeneilanden gaan.
-
Welk uitzicht wil je graag?
-
Welk uitzicht zou je graag willen?
-
Welk uitzicht wilde je graag?
-
Welk uitzicht zouden zij willen?
-
Waar wil je in de zomervakantie naartoe?
-
Waar zou je in de zomervakantie naartoe kunnen?
-
Waar zou je in de zomervakantie naartoe willen?
-
Waar zou je naartoe?
-
Wat willen jullie vanavond eten?
-
Wat zullen jullie vanavond eten?
-
Wat zouden jullie vanavond eten?
-
Wat zouden jullie vanavond willen eten?
-
Weet jij wat Anneke wil drinken?
-
Weet jij wat Anneke drinkt?
-
Weet jij wat Anneke zou kunnen drinken?
-
Weet jij wat Anneke zou willen drinken?
-
Wil je kamperen of in een hotel slapen?
-
Zou je willen kamperen of in een hotel willen slapen?
-
Zou je kamperen of in een hotel slapen?
-
Zou je kunnen kamperen of in een hotel kunnen slapen?
-
Massimo wil in Japan couchsurfen.
-
Massimo zal in Japan gaan couchsurfen.
-
Massimo zou in Japan willen couchsurfen.
-
Massimo zou in Japan kunnen couchsurfen.
-
We willen een avontuurlijke fietstocht in Tasmanië maken.
-
We zouden een avontuurlijke fietstocht in Tasmanië maken.
-
We zouden een avontuurlijke fietstocht in Tasmanië gaan maken.
-
We zouden een avontuurlijke fietstocht in Tasmanië willen maken.