Nederlands in actie

Extra opdrachten

Hoofdstuk 3

Grammatica - Opdracht 6

(om) (te) infinitief
Maak de zinnen af. Gebruik de woorden tussen haakjes om een goed vervolg te maken. Gebruik steeds (om) (te) infinitief.
Sluit de zinnen af met een punt, anders rekent het programma je antwoord niet goed.

Als je het antwoord niet weet, kun je op ‘hint’ klikken. Je ziet dan de volgende goede letter. Als je het hele goede antwoord wilt zien, kun je op ‘antwoord’ klikken.
Klik op ‘controleer’ als je klaar bent.

Bijvoorbeeld:
Ik vind het lekker … (ik zwem in zee)
Ik vind het lekker om in zee te zwemmen.

1. Ik vind het moeilijk … (ik begrijp zulke mensen)
Ik vind het moeilijk

2. Ik vind het onaardig … (ik zeg zoiets)
Ik vind het onaardig

3. Hij loopt … (hij praat met zijn vriendin)
Hij loopt

4. Ik vind het spannend … (ik ben verliefd)
Ik vind het spannend

5. Ik zal … (ik betaal je morgen terug)
Ik zal

6. Ik zat … (ik dronk thee)
Ik zat

7. Ze stonden … (ze kletsten op het balkon)
Ze stonden

8. Ik zoek een baan … (ik betaal mijn studie)
Ik zoek een baan

9. Hij begint … (hij werkt direct)
Hij begint

10. Dat is een nieuwe manier … (je herhaalt de woorden)
Dat is een nieuwe manier

11. Je kunt … (je leent hier fietsen)
Je kunt

12. Ik heb niet veel tijd … (ik studeer)
Ik heb niet veel tijd

13. Je mag natuurlijk … (je eet bij ons)
Je mag natuurlijk

14. Joey moet … (hij werkt morgen)
Joey moet

15. Jullie kunnen … (jullie beginnen direct)
Jullie kunnen

16. Martha ging … (ze studeert Spaans)
Martha ging

17. Robin wilde graag … (hij bestelde iets)
Robin wilde graag

18. Hij probeert … (hij blijft vriendelijk)
Hij probeert

19. Rosanne laat … (we horen een nieuwe cd)
Rosanne laat

20. Victor moet … (hij geeft de katten eten)
Victor moet

21. We kijken op internet … (we kiezen een hotel)
We kijken op internet

22. Wij willen … (we zien je foto’s)
Wij willen

23. Zoe en Yvonne willen … (ze maken een fietstocht)
Zoe en Yvonne willen

24. Hij belooft … (hij belt terug)
Hij belooft