Nederlands in actie

Extra opdrachten

Hoofdstuk 3

Vocabulaire - Opdracht 2

Maak de zinnen compleet door het juiste werkwoord in te vullen.

Als je het antwoord niet weet, kun je op ‘hint’ klikken.
Klik op ‘controleer’ als je klaar bent.

Kies uit: aantrekken – beïnvloeden – buigen – fluisteren – kletsen – ontwikkelen – rekenen – zeuren

1. Je mag in een stiltecoupé niet .

2. Ik wil me in mijn werk graag verder .

3. Mijn kinderen vaak om koekjes en andere zoete dingen.

4. Ik heb pijn in mijn rug en kan mijn rug nu niet zo goed .

5. Mag je in een stiltecoupé wel ?

6. Het weer kan de stemming van mensen .

7. Je kunt je beter niets van zijn agressieve houding .

8. Je kunt altijd op hem . Hij wil je altijd helpen.