Nederlands in actie

Extra opdrachten

Hoofdstuk 5

Werkwoorden - Opdracht 1

Onregelmatige werkwoorden

Imperfectum » presens
Zet de zinnen in het presens.

Als je het antwoord niet weet, kun je op ‘hint’ klikken.
Klik op ‘controleer’ als je klaar bent.

Voorbeeld:
Hij dronk cola bij het eten.
Hij drinkt cola bij het eten.

1. Elke middag na schooltijd zwommen de kinderen in de zee.
Elke middag na schooltijd de kinderen in de zee.

2. We lazen natuurlijk veel over onze nieuwe bestemming.
We natuurlijk veel over onze nieuwe bestemming.

3. We gingen elke drie jaar naar een ander land.
We elke drie jaar naar een ander land.

4. Het betrof een fout in mijn contract.
Het een fout in mijn contract.

5. Hij bestreed haar ideeën over de opvoeding.
Hij haar ideeën over de opvoeding.

6. Hij schreef elke avond op zijn site over opmerkelijke dingen in zijn nieuwe land.
Hij elke avond op zijn site over opmerkelijke dingen in zijn nieuwe land.

7. De kinderen aten ook het liefst hagelslag op hun brood.
De kinderen ook het liefst hagelslag op hun brood.

8. In de keuken van het appartement stonk het naar vis.
In de keuken van het appartement het naar vis.

9. De regering zond ons uit naar Ethiopië.
De regering ons uit naar Ethiopië.

10. Het Nederlands klonk in het begin heel vreemd.
Het Nederlands in het begin heel vreemd.