Nederlands in actie

Extra opdrachten

Hoofdstuk 7

Vocabulaire - Opdracht 1

Maak de zinnen compleet door een werkwoord in te vullen.

Als je het antwoord niet weet, kun je op ‘hint’ klikken.
Klik op ‘controleer’ als je klaar bent.

Kies uit: aansluiten – dringen – herstellen – kwijtraken – lenen – omgaan – onderhandelen – opruimen – overschatten – sparen

1. Ik heb gelezen dat slechts een kwart van de Nederlanders maandelijks geld kan .

2. Maar liefst negen op de tien Nederlands vinden dat ze goed met geld kunnen .

3. Als jouw wasmachine kapotgaat, kun je hem dan zelf ?

4. Zowel mijn vader als mijn moeder kan ontzettend goed ; ze betalen gemiddeld 10 procent minder dan de vraagprijs.

5. Ik ga de zolder vandaag want het is volgende week Koninginnedag.

6. Ik ben bang voor schulden, ik zal niet zo snel geld .

7. Ik wil mijn computer op een draadloos netwerk.

8. De mensen stonden te bij die winkel toen bekend werd dat er heel goedkope laptops werden verkocht.

9. Als je je spullen met Koninginnedag niet kunt kun je ze de volgende dag naar de kringloopwinkel brengen.

10. Denk je dat mensen in jouw land hun kundigheid met geld ?