Nederlands in actie

Extra opdrachten

Hoofdstuk 7

Werkwoorden - Opdracht 2

Onregelmatige werkwoorden

Imperfectum » perfectum
Zet de zinnen in het perfectum. Let ook op hebben en zijn.

Als je het antwoord niet weet, kun je op ‘hint’ klikken.
Klik op ‘controleer’ als je klaar bent.

Voorbeeld:
Ze grepen hun kans.
Ze hebben hun kans gegrepen.

1. Ze verloren de wedstrijd met 0-3.
Ze de wedstrijd met 0-3 .

2. De verkoop van mijn oude spullen viel me een beetje tegen.
De verkoop van mijn oude spullen me een beetje .

3. Hij sprak zijn wensen en dromen nooit uit.
Hij zijn wensen en dromen nooit .

4. Daar hielden we natuurlijk ook rekening mee.
Daar we natuurlijk ook rekening mee .

5. We sloten het alarm aan voordat we weggingen.
We het alarm voordat we weggingen.

6. Omdat het zo’n mooie dag was, nam hij de benenwagen.
Omdat het zo’n mooie dag was, hij de benenwagen .

7. Hij ging altijd heel zorgvuldig om met schulden.
Hij altijd heel zorgvuldig met schulden.

8. Uit wanhoop verkocht ik mijn racefiets.
Uit wanhoop ik mijn racefiets .

9. Na vijf uur nam de drukte in de winkels wat af.
Na vijf uur de drukte in de winkels wat .

10. De man op de markt riep dat ik die broek ook voor tien euro mocht hebben.
De man op de markt dat ik die broek ook voor tien euro mocht hebben.