Nederlands in actie

Extra opdrachten

Hoofdstuk 7

Werkwoorden - Opdracht 3

Regelmatige en onregelmatige werkwoorden

Perfectum » imperfectum
Zet de zinnen in het imperfectum.

Als je het antwoord niet weet, kun je op ‘hint’ klikken.
Klik op ‘controleer’ als je klaar bent.

1. Hij heeft zich vanochtend goed geschoren.
Hij zich vanochtend goed.

2. Barbara’s ouders hebben haar geld geschonken om een appartement te kopen.
Barbara’s ouders haar geld om een appartement te kopen.

3. Hij heeft goed onderhandeld en daardoor kreeg hij het voor een kwart van de prijs.
Hij goed en daardoor kreeg hij het voor een kwart van de prijs.

4. Als student heb ik vrijwel niets gespaard.
Als student ik vrijwel niets.

5. Ik heb een keer geld geleend van mijn broer, maar dat heb ik al terugbetaald.
Ik een keer geld van mijn broer, maar dat heb ik al terugbetaald.

6. Christian is via Londen naar Canada gevlogen.
Christian via Londen naar Canada.

7. In dat bijbaantje heb ik oude platenspelers hersteld. Die zijn nu weer modern.
In dat bijbaantje ik oude platenspelers. Die zijn nu weer modern.

8. David heeft maar liefst € 10.000,- gewonnen door slim te handelen.
David maar liefst € 10.000,- door slim te handelen.

9. Die film is al na drie maanden op dvd verschenen.
Die film al na drie maanden op dvd.

10. We hebben de zolder opgeruimd voordat we ons huis te koop zetten!
We de zolder op voordat we ons huis te koop zetten!