Uitspraak- en verstavaardigheid
Hoofdstuk 4 - Opdracht 1
Fragment opdracht 1
Zeg de volgende scheidbare werkwoorden na.
- afmaken
- doorgaan
- inleveren
- meedoen
- tegenvallen
- neerleggen
- omdraaien
- nakijken
- opzoeken
- uitleggen
Op welke lettergreep valt het accent?