Nederlands in actie

Uitspraak- en verstavaardigheid

Hoofdstuk 4 - Opdracht 1


Fragment opdracht 1

Zeg de volgende scheidbare werkwoorden na.

  1. afmaken
      
  2. doorgaan
      
  3. inleveren
      
  4. meedoen
      
  5. tegenvallen
      
  6. neerleggen
      
  7. omdraaien
      
  8. nakijken
      
  9. opzoeken
      
  10. uitleggen

Op welke lettergreep valt het accent?