Volgende Hoofdstuk 1 1.1 Dialoog 1.2 Woordenlijst 1.4 Personaal pronomen 1.5 Telwoorden 1.6 Het alfabet 1.9 Uitspraak: zinsaccent Verdieping Opdracht 1: Personaal pronomen Opdracht 2: Werkwoord hebben Opdracht 3: Werkwoord zijn Opdracht 4: Werkwoorden Vul een vorm in van het werkwoord hebben. Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht.1 Karolina een boek.2 Ik twee dagen les.3 Wij een boek.4 Jullie nu pauze.5 jij het adres van Tim? Controleer opdracht oké