Nederlands naar perfectie

Hoofdstuk 2

Opdracht 3 Vocabulaire

Extra invuloefening bij tekst 2

Vul een van de woorden uit de vocabulairelijst in. Gebruik de goede vorm.

Klik op 'Extra letter' of op '[?]' als je het antwoord niet weet. Let op: de knop '[?]' toont het goede antwoord.

1. Beatrijs doet het erg goed op de havo. Na haar eindexamen wil ze naar het atheneum.
2. Voor dyslectici is de normale tijd die er wordt gehanteerd bij een examen niet . Daarom krijgen zij wat extra tijd.
3. De promovenda had een interessant proefschrift geschreven en moest dit tijdens haar promotie publiekelijk .
4. Hij het idee dat zij zijn grote stomme fout van vorige week zou zijn vergeten.
5. Mag Claudia zich ‘doctor’ noemen? Wat leuk! Waar is ze dan op ?
6. Ik heb er tegen dat de partners ook meegaan met ons personeelsuitje. Ik ken mijn collega’s nauwelijks en ik zou liever wat meer tijd met hen alleen doorbrengen.
7. Als je de reclame mag geloven, verwijder je met dit wasmiddel de meest vlekken.
8. De afgelopen weken kregen we de ene na de andere emotionele klap te .
9. Ulrike vond de overstap van de basisschool naar het onderwijs erg groot. Ze had een paar maanden nodig om te wennen.
10. Zijn mening was niet op feiten, maar op een paar vooroordelen.