Nederlands naar perfectie

Hoofdstuk 8

Opdracht 7 ‘Zullen’ en ‘zouden’

Oefening met ‘zullen’ en ‘zouden’

Vul een vorm van ‘zullen’ of ‘zouden’ in.

Klik op 'Extra letter' of op '[?]' als je het antwoord niet weet. Let op: de knop '[?]' toont het goede antwoord.

1. Wat is het warm hier! ik het raam even opendoen?
2. Je de loterij maar winnen!
3. Geert het voorwoord van ons werkstuk toch schrijven?
4. ik hier misschien mogen zitten?
5. Je eens wat vaker naar de kapper moeten gaan.
6. Olivier is er nog niet. Hij wel weer ziek zijn.
7. we weer eens wat afspreken?
8. Als ik jou was, ik het geld aan een goed doel geven.
9. Ik willen dat het vakantie was, daar ben ik echt aan toe!
10. Ik vanavond koken, als jij daarna de afwas doet.