Nederlands op niveau

Hoofdstuk 3

Grammatica

Opdracht 1

Vul er/daar of het/dat in. Doe dat op de juiste plaats.
Klik op '[?]' als je het antwoord niet weet. Let op: deze knop toont het goede antwoord.

Als je klaar bent met de opdracht klik je op 'controleer' om je antwoorden te controleren.


1.

2.

3.

4.

5.

6.

7.

8.

9.

10.

11.

12.
(Let op: bij deze zin moet je twee keer iets invullen.)

13.

14.