Nederlands op niveau

Hoofdstuk 3

Grammatica

Opdracht 4

Vul er op de juiste positie in en maak van de woorden tussen haakjes een correcte zin.
Klik op '[?]' als je het antwoord niet weet. Let op: deze knop toont het goede antwoord.

Als je klaar bent met de opdracht klik je op 'controleer' om je antwoorden te controleren.


Voorbeeld: We wachten op _____________ (de bus naar het station vertrekt)
Antwoord: We wachten erop dat de bus naar het station vertrekt.

Voorbeeld: We oefenen mee _____________ (ons Nederlands verbeteren)
Antwoord: We oefenen ermee om ons Nederlands te verbeteren.


1. (vrouwen hebben gelijke kansen)

2. (je kunt tattoos niet gemakkelijk verwijderen)

3. (koekjes bakken)

4. (verandering is mogelijk)

5. (huishoudelijke klusjes doen?)

6. (het wordt een zonnige herfst)

7. (uitbundig zijn)

8. (zij neemt mij niet serieus)

9. (wij komen morgenavond?)

10. (zich ontwikkelen)