Nederlands op niveau

Hoofdstuk 5

Grammatica

Opdracht 2

Vul het juiste relatief pronomen in. Het zijn allemaal werkwoorden met een prepositie. Vul dus de juiste prepositie in en waar of wie.
Klik op 'extra letter' als je het antwoord niet weet.

Als je klaar bent met de opdracht klik je op 'controleer' om je antwoorden te controleren.


1. Dit is een aanpak we ons onderscheiden van anderen.

2. Zij is een leidinggevende veel van de medewerkers klagen.

3. Het is een nieuwe behandeling de arts kiest.

4. Ik ben niet op de hoogte van de eisen ik moet voldoen.

5. Dit zijn mijn twee kleuters ik enorm trots ben.

6. Dit is het basiswoord het andere woord is afgeleid.

7. Dit zijn haar collega’s ze ook privé omgaat.

8. Dit is de aanstelling je na zes jaar recht hebt.

9. Inbraak is het misdrijf hij beschuldigd wordt.

10. Ik stel jullie voor aan de gids jullie verder te maken hebben.