Nederlands op niveau

Hoofdstuk 5

Grammatica

Opdracht 3

Vul het juiste relatief pronomen in. Het zijn zowel werkwoorden met als zonder prepositie.
Klik op 'extra letter' als je het antwoord niet weet.

Als je klaar bent met de opdracht klik je op 'controleer' om je antwoorden te controleren.


1. Dit is de man door zijn vrouw is bedrogen.

2. Dit is het medicijn ik ben genezen.

3. Ik keek met vertedering naar het gezicht glom van trots.

4. De persoon ik samen heb gedoken, is een professioneel duiker.

5. Dit is een van de deelnemers door de jury werd geprezen.

6. Het getal niet werd geraden, bleek 99 te zijn.

7. Al mijn broeken zijn versleten heel onpraktisch is.

8. De vrouw het huis is ontworpen, was familie van de architect.

9. Het snoepje ik zoog, was gemaakt van salmiak.

10. Het was het litteken op zijn gezicht hem uiteindelijk verried.