Nederlands op niveau

Hoofdstuk 6

Vocabulaire

Opdracht 2

Vul het juiste werkwoord in. Denk om de juiste vorm. Kies uit:

beslaan bestemd blootstellen opvatten overnemen overwegen verrichten schuilen uitpuilen verwijderen

Klik op 'extra letter' als je het antwoord niet weet.

Als je klaar bent met de opdracht klik je op 'controleer' om je antwoorden te controleren.


1. Je kunt taken, werkzaamheden .

2. Je kunt iets positief, serieus .

3. Je kunt worden aan gevaar, radioactieve straling.

4. Je kunt een mobiele telefoon, studieboeken .

5. Je kunt voor onweer, gevaar.

6. Dit is niet voor kinderen, ouderen.

7. Je zakken, ogen kunnen .

8. Je kunt een optie, een aanbod .

9. Iets kan de hele vloer, de hele ruimte .

10. Je kunt obstakels, posters .