Nederlands op niveau

Hoofdstuk 6

Vocabulaire

Opdracht 3

Vul het juiste woord in. Denk om de juiste tijd en vorm. Kies uit:

aantonen afronden pand omwille van onttrekken opvatting overnemen overweging verrichting verslinden zonde zorgen baren

Klik op 'extra letter' als je het antwoord niet weet.

Als je klaar bent met de opdracht klik je op 'controleer' om je antwoorden te controleren.
1. Ik heb dat voor mijn moeder gedaan. Ik heb dat haar gedaan.

2. Wat zijn je geweest om je huis duurzaam te maken?

3. Hoe is bewezen dat het beter voor het milieu is? Hoe is dat ?

4. We zijn bijna klaar met het overleg. Het is bijna .

5. Ik ben het niet met je eens. Ik heb daar andere over.

6. Hij wil die klusjes niet verrichten. Hij probeert zich eraan te .

7. Wat dat het plan mislukt is!

8. Die thrillerserie was heel boeiend. Ik heb die boeken gewoonweg .

9. De zoons hebben het bedrijf , nadat hun vader met pensioen was gegaan.

10. Ze zijn echter wel naar een ander verhuisd.

11. Welke moet een chirurg doen voordat hij gaat opereren?

12. Het gaat niet goed met onze planeet. Dat mij .