Volgende Vorige Interactieve oefeningen Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 Hoofdstuk 6 Hoofdstuk 7 Hoofdstuk 8 Opdracht 1 Opdracht 2 Opdracht 3 Vul in.introduceren – stage – afgesproken – via via – reageren – een goede indruk – vrijwilligerswerk – werkervaringsplaats – actief – netwerkgesprek – open sollicitatie – observeren ‘Hoe kom je aan deze baan?’ ‘Die heb ik gevonden. Een vriendin gaf mij de tip.’ ‘Ik wacht al zo lang op een antwoord.’ ‘Sorry, ik had geen tijd om op jouw mail te .’ Naast mijn werk doe ik op de school van mijn kinderen. Ik houd ervan om te zijn. ‘Wat zie je er netjes uit!’ ‘Ja, ik heb vanmiddag een . Daar wil ik maken.’ ‘Was er een vacature bij dat bedrijf?’ ‘Nee, ik heb een geschreven.’ Ik ken iemand bij de hogeschool. Zal ik jou bij haar ? Dan kunnen jullie kennismaken. Vandaag moet ik een praktijktoets doen op mijn stage. Een docent komt mij . Zij kijkt hoe ik het doe en geeft mij dan een cijfer. Ik ga vier dagen naar school en ik heb één dag . ‘Heb jij een betaalde baan?’ ‘Nee, nog niet. Het is nu nog een . Als het goed gaat, krijg ik over een maand een contract.’ Waarom ben je zo laat? We hadden toch om elf uur ? Controleer Oké